Halfopen landschap met ruige randen. Houtwallen, singels, slootkanten, heide, jonge bosranden. Niet te strak gemaaid. Wel veel insecten. Laat brandnetel en fluitenkruid staan, plant meidoorn en sleedoorn, en geef je berm een “één keer laat maaien”-beleid. Op erf en park: laat hoekjes rommelig, met struiken en hoge kruiden.
De koekoek is de specialist in harige rupsen. Denk eikenprocessierups en bastaardsatijnrups: precies het spul waar veel vogels hun snavel niet aan willen branden. Minder rupsenplaag, meer balans. Zelf wordt hij vooral gepakt door roofvogels als sperwer en havik, dus dekking in struikrand helpt.
Zomergast. Meestal terug in april. Weg vanaf juli, de meeste zijn in augustus alweer vertrokken.
Algemeen, maar al jaren in duidelijke afname. Meer ruigte en insectenrijke randen maken direct verschil.
We keep refining this text. Missing something or is something not right? Mail [email protected] and help out. Together we'll smooth the feathers again.