Rust, overzicht en een beetje mens in de buurt. Denk: tuinen, erven, parken, dorpsranden, boerderijen. Geef ’m hagen en dichte struiken om in te broeden: meidoorn, liguster, sleedoorn, vlier. Laat ergens een rommelhoekje met zaaddragende planten staan. Op het erf: mors gerust wat graan of laat na de oogst een stoppel staan. Zorg voor een lage schaal water; in droge periodes is dat goud waard.
Zaadeter met een zwak voor granen, zaden en knoppen. Hij ruimt gevallen zaad op en is zelf weer voer voor roofvogels zoals sperwer en havik. Veel tortels in de buurt? Dan klopt er meestal iets aan het basisbuffet: zaden, dekking, rust.
Het hele jaar. In zachte winters extra aanwezig, en hij kan vroeg in het jaar al broeden.
Algemeen. Landelijk al jaren eerder afgenomen, maar in veel woongebieden nog vertrouwd aanwezig.
We keep refining this text. Missing something or is something not right? Mail [email protected] and help out. Together we'll smooth the feathers again.